Orionvenlo

Recreatieve atletiekvereniging

 

1973-1974

 

Door: Henk Goertz

 

Na mijn eerste kennismakingsjaar met de atletieksport ben ik verliefd geworden. Vlinders in mijn buik van lopen, springen en werpen. Ik besluit naast de gezamenlijke Festinatrainingen ook nog alleen te trainen. Ik heb geen vast omlijnd trainingsplan, wel het voornemen om eerst all round te trainen en me niet te specialiseren op één of enkele onderdelen. Op een winteravond in januari 1974 ga ik voor het eerst alleen trainen. Een duurloop van huis uit naar ’t Ven en over de Postweg via de Kraal (het oude VVV-stadion) weer terug naar huis. In die tijd is rennen over straat niet gewoon. Lopers worden nagekeken en soms nageroepen. Ik voel me nogal opgelaten. Ik loop niet in een trainingspak, maar in een oude broek en trui, om niet te zeer op te vallen. Pas na enkele keren durf ik in een trainingspak (model Adidas, van de 3 strepen) over straat.

 

In het voorjaar van 1974 maakt mijn vader voor mij een kleine halter. Hij smelt 10kg lood en giet deze in 2 ronde koektrommeltjes en verbindt deze met een metalen stang. Ook ga ik thuis aan de slag met simpele fitnessapparaten, zoals een trekveer en een buigstang. Eigenlijk meer geschikt voor bodybuilders dan voor atleten, maar toch ben ik er wat sterker van geworden. Ook doe ik bijna elke dag push ups en sit ups voor het slapen gaan.

 

De looptrainingen die ik alleen doe bestaan uit duurlopen, in een vaak hoog (veel te hoog, weet ik nu) tempo. En eenmaal per week loop ik een rondje Hogeweg, Beethovenstraat, Veestraat, Schubertstraat zo hard mogelijk, nagenoeg zonder warming up. Soms een langer stuk, ook zo hard mogelijk.

Achteraf weet ik dat ik me wel heel vaak in het zweet heb gewerkt, maar dat dit geen goede trainingen waren. Ik wist niet beter. Ik bereikte onvoldoende het effect wat ik ermee wilde bereiken, in die jaren. Ook trainde ik vaak te veel en te hard, waardoor ik tijdens wedstrijden vermoeid was. Pas later, met vallen en opstaan, en door er boeken over trainingsleer op na te slaan, ging ik beseffen hoe dit wel moest.

 

Op een mooie zomeravond in 1974 sta ik tijdens een Festinatraining in de discusring. Jean de Rooij loopt op mij toe. Ik heb hem al een tijdje rondjes zien lopen die avond. Jean is langeafstandloper en lid van AV Tegelen. Ik ken hem, behalve als atleet, als elftalleider van Venlosche Boys en als buurtgenoot (Haydnstraat). “Over drie jaar kun jij 6500 punten halen op de 10-kamp” zegt hij. Ik weet niet of hij kenner is, maar ik voel me gevleid door zijn aandacht. Ik heb nog nooit een 10-kamp gedaan. Het lijkt me wel een hele mooie uitdaging. Tien onderdelen in 2 dagen. Ook wel het koningsnummer van de atletiek genoemd. Ik heb al gemerkt dat ik geen uitgesproken sprinter, springer, werper of loper ben.

 

                      

Het jaar ervoor (in 1973) heb ik al wat ervaring opgedaan met een van de moeilijkste nummers, het polsstokhoogspringen. De gemeente dient er jaarlijks in het voorjaar voor te zorgen dat de atletiekbaan gereed is voor gebruik. De polsstokbak is in mei van dat jaar echter nog steeds niet ingericht. Ik ga de blokken die als valkussens moeten dienen dan maar zelf uit de winterstalling naar de baan slepen, tot enige hilariteit van andere Festina-atleten. “Wacht maar, de aanhouder wint”, denk ik en begin met de enige aanwezige glasfiberstok (in die tijd werd ook nog met bamboe- en metalen stokken gesprongen!) aan mijn eerste sprongen. Dat gaat nogal onbeholpen.

 

In augustus 1974 ga ik met Jan Titulaer mee in zijn “lelijke eend” naar Helmond en beiden nemen we deel aan de Zuid-Nederlandse kampioenschappen 10-kamp, mijn eerste 10-kamp! Jan is in die tijd clubrecordhouder van Festina op de 10-kamp (6184 punten). Hij is 9 jaar ouder dan ik. Jan heeft mij de grondbeginselen van de 10-kamp bijgebracht. Hij heeft mij een puntenboekje beloofd als ik 5000 punten haal. In zo’n puntenboekje kun je het aantal punten opzoeken dat wordt toegekend aan een prestatie in de 10-kamp. Bijv. 100 meter in 12.0 sec. levert 600 punten op.

Vooraf had ik berekend dat 5000 punten o.b.v. mijn persoonlijke records mogelijk moest zijn. Maar na 9 onderdelen en voor de afsluitende 1500 meter weet ik dan al dat het moeilijk zal worden om die 5000 punten te halen. Ik ervaar dat in zo’n 10-kamp prestaties tegen kunnen vallen en dat je elk volgend onderdeel weer een kans krijgt om dit goed te maken. Ik moet ca. 4.30 lopen op de 1500 meter om die verdomde 5000 punten te halen. Het is erg warm en dat is niet erg bevorderlijk. Ik win wel de 1500 meter, maar de tijd is 4.35 en dus te langzaam voor mijn doel, maar ik mag van Jan het puntenboekje toch houden. Hij vindt dat ik het toch goed heb gedaan, met:

100m (12.4), verspringen (5.80), kogelstoten (9.91), hoogspringen (1.73), 400m (55.5), 110m horden (19.4), discuswerpen (27.27), polsstokhoogspringen (2.60), speerwerpen (34.62), 1500m (4.35). Totaal 4974 punten en 4e plaats bij de A-junioren. Jan haalt 5893 punten en wordt 2e bij de senioren.

 

Met 17 jaar zit mijn eerste 10-kamp erop en dat smaakt naar meer. Die 6500 punten zijn nog ver weg, maar ik ben vastbesloten die ooit te bereiken!

 Henk_Goertz_2009

Henk Goertz

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Ingezonden 8-5-2010

 

Terug

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

Orion wordt gesponsord door