Orionvenlo

Recreatieve atletiekvereniging

 

1974-1976

 

Door: Henk Goertz

 

Na mijn eerste 10-kamp in augustus 1974 ben ik definitief besmet geraakt met het 10-kampvirus. Ik wil er alles over weten. Ik lees boeken (internet bestond toen nog niet) over de beste 10-kampers uit de historie. Over Jim Thorpe (zie foto), de Amerikaan van indiaanse afkomst die in 1912 tijdens de Olympische Spelen de 5-kamp én de 10-kamp won, maar enkele maanden daarna zijn gouden medailles werd ontnomen omdat hij als baseballer (waarin hij eveneens uitblonk) een kleine onkostenvergoeding had gekregen (Olympiërs mochten in die tijd, en nog lang daarna, geen geld verdienen met sporten). Thorpe werd later een beroemd baseballer en American footballer, doch hij bleef verbitterd over het onrecht dat hem was aangedaan. Pas in 1983 werd hij postuum door het IOC gerehabiliteerd.

JimThorpe 

 

 

    

    Jim Thorpe

 

 

 

En ik lees over Bob Mathias, de Amerikaan die als 17-jarige(!) in 1948 Olympisch kampioen werd, nadat hij enkele maanden daarvoor pas zijn eerste 10-kamp had voltooid. In 1952 won hij nogmaals, met de grootste voorsprong ooit, waarna hij al als 21-jarige een punt zette achter zijn atletiekloopbaan.

 

De wereldrecordhouder in 1974 is de Rus Nicolai Avilov, die in 1972 in München het goud won met 8454 punten. Zoals ik in mijn vorige blog al schreef is het doel dat ik voor ogen heb 6500 punten halen over 3 jaar. Hiermee behoor je in Nederland tot de beste tien 10-kampers op de jaarranglijst.

 

Ik lees ook veel over trainen voor de 10-kamp. Over de techniek per onderdeel, over conditieopbouw, snelheidstraining en krachttraining. Ik maak een trainingsplan voor de winter 1974-1975. Ik ga uit van mijn prestaties tot nu toe per onderdeel. Wat zijn de zwakkere nummers, want daarop kan ik de meeste vooruitgang boeken, en wat moet ik daarvoor doen. Ik wil 4 dagen per week trainen.

 

Na de afronding van het Atheneum in 1974 begin ik in september aan de HEAO-opleiding. De dichtstbijzijnde is in Eindhoven en ik reis elke dag per trein op en neer. Mijn agenda staat al snel vol met huiswerk.

 

In de herfst van 1974 begin ik fanatiek te trainen. Ik volg mijn zelf opgestelde trainingsschema. Ik heb gelezen dat je de winter moet gebruiken om de algemene conditie (kracht en uithoudingsvermogen) te verbeteren. Daarom doe ik veel duurlopen en krachtoefeningen. In het voorjaar moet het accent verschuiven naar snelheid en techniek. Ik hou een trainingslogboek bij en probeer zo nauwkeurig mogelijk mijn trainingsschema te volgen. Als een training om de een of andere reden is uitgevallen, wil ik die zo snel mogelijk inhalen. De studie en het reizen kosten ook veel tijd. Na enkele maanden voel ik me vaak moe en geïrriteerd, toch ik blijf doortrainen volgens mijn schema.

 

In de zomer van 1975 boek ik weinig progressie met mijn persoonlijke records. Ik scoor op de 10-kamp 5227 punten, een vrij geringe verbetering t.o.v. het voorgaande jaar en een stuk lager dan mijn vooraf gestelde doel. Hoe kan dat nou?

In het begin van 1976 wil ik gerichter op techniek gaan trainen. Maar waar? De sintelbaan op de Herungerberg is ’s winters gesloten en ‘s zomers mag buiten de trainingstijden van Festina niet op de sintelbaan worden getraind. In Genooi vind ik een klein veldje. Ik heb enkele kanonskogels van 8 en 9 kg (dus zwaarder dan de wedstrijdkogel van 7,25 kg) op de kop kunnen tikken. Mijn vader maakt voor mij een discus van 2kg zwaarder door er een stuk lood in te stoppen. Door te trainen met iets zwaardere gewichten kun je zowel techniek als (snel-)kracht trainen.

 

In het voorjaar van 1976 woon ik gedurende 3 maanden doordeweeks in Den Haag, waar ik stage loop bij de Giro (voorloper van de Postbank). Ik loop veel door het Haagse Bos. In de weekenden ben ik vaak op mijn veldje in Genooi. Ik heb nog wat andere gewichten, waar ik op allerlei manieren mee werp, stoot en gooi. Ik voel me sterker worden en gooi steeds verder. Ook doe ik spring- en sprintoefeningen. Toch mis ik de echte explosie (zoals clubgenoot Henk van Bakel die heeft, niet voor niets Henkie Dynamite genoemd) die je nodig hebt voor negen van de tien 10-kampnummers. Van nature ben ik al geen explosief mens, dus ook niet als atleet. Misschien zou de middenafstand (1500m tot 5000m) me beter liggen?

 

Ik doe nog steeds teveel tijdens de trainingen, waardoor ik meer op uithoudingsvermogen train dan op snelheid. Maar ik geniet van trainen, meer nog dan van wedstrijden; ik ben een echt trainingsdier. Tijdens wedstrijden leg ik mezelf teveel druk op. Als ik geen betere prestatie lever dan de vorige keer is de wedstrijd in mijn ogen mislukt. Tijdens trainingen voel ik die druk niet en gaat het beter. Vaak maak ik de fout door me in trainingen voluit te testen. Logisch (achteraf bekeken) dat ik tijdens wedstrijden niet uitgerust ben en de prestaties dan tegenvallen.

 

In augustus 1976 zijn de jaarlijkse clubkampioenschappen van Festina, in de vorm van de 10-kamp. Jan Titulaer wint met meer dan 500 punten voorsprong. Ik word tweede, echter behoudens een redelijke 1500m (4.33) gaat het niet goed. Ik voel me moe.

Het einde van het zomerseizoen nadert. De zin om te trainen is bij mij geblust na alweer een teleurstellend seizoen. Ik train nu veel minder. Medio september is de finale van de 4e klasse competitie waarvoor Festina zich heeft geplaatst. Ik loop de 400m in een p.r. (53.6). Hé, dat valt niet tegen. En we eindigen als derde en promoveren naar de 3e klasse. Zie foto. De grote man voor Festina op die dag is Bert Müris. Hij loopt een sterke 1500m (4.07) en ook nog de 5000m binnen 17 min. Hij ontbreekt op de foto, niet omdat hij aan de beademing ligt, maar gewoon omdat hij eerder naar huis moet…...Festina_finale_competitie_1976

 

Beek, 12-9-1976. Finale competitie 4e klasse.  Staand v.l.n.r. Jan Titulaer (speerwerpen 52.26, kogelstoten 11.59), Jan Leijten (100m 12.2), Jan Theeuwen (hoogspringen 1.80). Gehurkt v.l.n.r. Peter Engels (verspringen 6.26, discuswerpen 33.66), Huub Rouleaux (ploegleider), Henk Goertz (400m 53.6). Op de foto ontbreekt Bert Müris (1500m 4.07.3, 5000m 16.58).

 

 

 

 

Eind september 1976 is er nog een wedstrijd tegen de jeugd van Dülken. Of ik ook mee wil doen? Nou, vooruit dan maar, denk ik (ik heb eigenlijk voorlopig geen zin meer in wedstrijden), en ik schrijf me in, zoals het een 10-kamper betaamt, voor meer (4) onderdelen. De 100 meter loop ik met 11.9 voor het eerst onder de 12 sec. Bij het kogelstoten (6kg) staat een beer van een Duitser op me te wachten. Hij stoot bijna 16 m. Mijn kogel landt bij 12.32 m (2e plaats), een flinke verbetering (met 80cm) van mijn p.r.. Ik voel me ook anders vandaag. Zo heb ik me al lang niet meer gevoeld. Op de 1500m loop ik mee in een kopgroepje, met 2 van die kleine, slanke, Duitse middenafstandtalenten. Met nog één ronde te gaan versnel ik, doch ze blijken taai. Ik pers er een eindsprint uit en win met 4.28, ook een p.r. Ofschoon het verspringen dan al is afgelopen, heeft de jury nog höflich op mij gewacht. Ik mag nog enkele minuten bijkomen. Normaal is een 1500m voor mij de laatste afstand, dus dit is een vreemde volgorde. Mijn p.r. staat op 5.95m. Dit wordt niets, denk ik. Ik loop aan, zet af en hoor even later een jurylid tot mijn stomme verbazing zeggen: sechs meter dreißig. De schnaps is uit de fles en in de man, denk ik. Maar na nog enkele 6-metersprongen besef ik dat bij mij de geest uit de fles is en dat deze middag voor mij een eye opener was. Vier nummers, 4 x p.r.

 

Ik heb dan (eindelijk) begrepen dat alleen hard trainen geen garantie is voor prestatieverbetering. Als atleet heb ik 2 jaar veel gehold en ben toch stil blijven staan. Ik had vaker rust moeten nemen. Achteraf weet ik dat je training moet doseren. Je moet ook rekening houden met je dagelijkse beslommeringen en voldoende rust inbouwen. Er moet een goede balans zijn tussen inspanning en ontspanning. Als je dit niet doet, raak je overtraind en kunnen de prestaties (erg) tegenvallen. Bovendien ligt het risico van blessures op de loer. Helaas had ik tot die tijd het doseringprincipe nog niet in de gaten. Voor het volgende jaar, 1977, ga ik dat beter doen en wil wel eens zien wat er dan uitkomt. Dat dit een lange weg met veel vallen en opstaan gaat worden besef ik dan nog niet.

Henk_Goertz_2009

 

 

Henk Goertz

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Ingezonden 13-9-2010

Terug

 

 

 

 

 

 

Orion wordt gesponsord door