Orionvenlo

Recreatieve atletiekvereniging

 

1977 

 

Door: Henk Goertz

 

In mijn vorige blog schreef ik dat 1975 en 1976 jaren van veel hollen en toch stilstaan waren, en ik uiteindelijk een belangrijke ontdekking deed: het gaat in de (tienkamp-)training niet zozeer om kwantiteit maar vooral om kwaliteit. Meer is niet altijd beter en minder kan effectiever zijn. Ik probeer dit motto voortaan ter harte te nemen en te letten op lichaamsignalen. Zodra ik merk dat de trainingbelasting teveel wordt neem ik rust i.p.v. er nog een (averechts) schepje bovenop te doen. 

 

In de winter 1976-1977 en het daaropvolgende voorjaar ben ik weer vaak op mijn trainingveldje in Genooi. Ik stoot er kogel, werp discus en speer, trek er sprintjes en doe starts en sprongtrainingen. Mijn training is nu meer op de specifieke 10kamponderdelen gericht en minder op algemene conditie en kracht. Uiteindelijk train je dat wat je traint. Bijv. als je 10 sprints maakt met korte pauzes heeft dit een ander effect (meer uithouding) dan 3 sprints met lange pauzes er tussenin (meer snelheid). 

 

Met een via Jos Hendriks geleende halter doe ik in de winter toch nog wel wat aan krachttraining. Fitnesscentra zijn er in die tijd nog niet, dus ik moet thuis wat improviseren met die halter. Achter ons huis doe ik op de plaats (soms in de vrieskou) kniebuigingen met de halter in mijn nek.

 

Ook loop ik enkele malen per week een duurloop, maar in lager tempo dan in eerdere jaren. En ik probeer nog ruimte te vinden voor wat intensievere intervallopen. 

 

Alles bij elkaar toch nog een omvangrijke trainingbelasting, maar dat kan bijna niet anders bij zo’n veeleisende tak van sport die 10kamp heet. Ik besteed zoveel tijd aan trainingen dat ik geen tijd heb voor een andere liefde (lees vriendinnetje). Ook blijft er te weinig tijd over om te studeren. De studie aan de HEAO heeft er onder te lijden. Ik zit in het eindexamenjaar. Voor de eerste (en laatste) maal in mijn leven moet ik een studiejaar overdoen. Op mijn studeerkamer luister ik tijdens het studeren naar de hits op dat moment van Queen (o.a. Bohemian Rhapsody), Eagles en Abba. Jaren later, in de 21e eeuw, zal de jaarlijkse top 2000 op radio en tv mij steeds weer terug doen denken (oh nostalgie) aan die tijd. 

 

Op de HEAO in Eindhoven doe ik ook graag aan sport. Ik geniet van de sporturen in de grote sporthal van de Technische Universiteit. In de avonduren doen we met studenten van mijn klas mee aan een basketbal- en een volleybalcompetitie voor HBO-ers. Als basketballer doe ik mee voor mijn HEAO aan een landelijk toernooi waarin we basketballes krijgen van echte (en veel langere) basketballers. En als niet-langeafstandloper loop ik in 1976 mee voor mijn school in een estafette in Hyde Park (Londen), waar elke loper 3 Engelse mijlen (4827 m) loopt. Ik loop 18.01 min. Ook hier eindigen we in de achterhoede. Geen wonder, er lopen lopers mee waarvan de snelste 13.21 min. loopt……..Maar het blijft een mooie herinnering (wat is het al weer lang geleden).

 

In het voorjaar van 1977 begint het wedstrijdseizoen. Ik heb in de trainingen al steeds verder gegooid. Vooral met de kogel heb ik vooruitgang geboekt. Dat blijkt nu ook in wedstrijden. In juni stoot ik in Roermond 12.66m, een verbetering van het clubrecord, dat nog dateert van 1944(!). Uiteindelijk kom ik dat seizoen tot 13.01m.

Henk_Goertz

Een jaar eerder kwam ik met de 7,25kg kogel nog niet verder dan 10.79m. Ook de discus landt verder dan ooit: 37.26m, ook een clubrecord. 

 

In Tegelen, bij de Snelle Sprong, traint Jacques Janssen, lid van AVT. Hij excelleert op de werpnummers en heeft met de kogel een respectabel p.r. van 15.91m. Ik train af en toe met hem samen en ik kom vaak tegen hem uit in wedstrijden. 

Mijn loopsnelheid is ook toegenomen. In 1976 ging de 100m in 11.9. In 1977 loop ik (met rugwind) 11.3. Maar er is ook een schaduwzijde. In mei van dat jaar loop ik de eerste hamstringblessure op. In de rest van het seizoen en de jaren daarna zal dit steeds een zwakke plek blijken te zijn. 

 

In datzelfde jaar leer ik Wim op de Laak en Emiel Rayer als nieuw Festinalid kennen. Ze hebben beiden een turnachtergrond. Ik verbaas me over hun lenigheid. Vergeleken met hen voel ik me een stijve plank. Samen met hen, en Jan Titulaer en Henk van Bakel, ga ik naar 10kampwedstrijden. Een mooie tijd. Emiel en Wim zorgen regelmatig voor de vrolijke noot. À propos 10kamp. Daar doe ik het toch allemaal voor. Zoals gezegd gaan diverse individuele onderdelen steeds beter, dus de som der delen, de 10kamp, zou dan toch ook beter moeten gaan? Ja, in september 1977 (ik ben net 21 jaar geworden) bereik ik in Nijmegen 5935 punten (met een vertesprong van 6.44m maar met 3 slechte discusworpen), ca. 700 punten meer dan vorig jaar. En in oktober (tijdens een stormachtig weekeinde: de hoogspringmat waait weg) word ik in Roosendaal 3e tijdens de Zuid-Nederlandse kampioenschappen. Jan Titulaer wordt 4e, Jan Leijten 17e, Emiel 18e. Wim wordt 9e bij de A-junioren. 

Samen met hen en andere Festinaleden, waarvan vele latere Orionleden, bereiken we de competitiefinale en promoveren naar de 2e klas. Zie foto

 

Na de laatste wedstrijd dat jaar heb ik een tevreden gevoel. Mijn inspanningen hebben dan eindelijk meer effect gehad. Citius Altius Fortius, sneller, hoger, sterker. De andere trainingsaanpak is dus effectiever gebleken. Op deze voet wil ik in 1978 doorgaan. Ik wil dan ook de HEAO afmaken. Later dat jaar wacht een onzekere tijd: de militaire dienstplicht. Daarover meer in mijn volgende blog.

Henk_Goertz_2009  Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Ingezonden 27-12-2010

Terug

 

Orion wordt gesponsord door