Orionvenlo

Recreatieve atletiekvereniging

1978 

 

Door: Henk Goertz

 

In mijn vorige blogs schreef ik over de vele ups en downs die je als atleet meemaakt als je hard traint. Zeker als je, zoals ik, met weinig atletiektalent begiftigd bent en daarbij ook nog eens alles zelf wilt uitzoeken, is het veel vallen en weer opstaan. Als je dat laatste dan steeds maar weer doet kun je toch nog wel wat bereiken. 

 

Het wedstrijdseizoen op de baan loopt grofweg van april tot oktober. In april van 1978 doe ik de eerste baanwedstrijd van het seizoen, een thuiswedstrijd op de good old Herungerberg. Ik besluit me te testen op de 1500m. In de winter 1977/1978 heb ik me wat meer geconcentreerd op de studie en wat minder getraind dan in voorgaande jaren. Een á twee maal per week een rustige duurloop en soms wat intensieve intervals. Verder wat krachttraining en de werptrainingen op mijn veldje in Genooi.

De avond voor die 1e baanwedstrijd wordt het (erg) laat: Festina viert haar 35-jarig bestaan. Het is gezellig, maar de nachtrust is wel erg kort. De 1500m staat al ’s morgens op het programma. Na een wat stroeve start kom ik wat beter in mijn ritme. De stopwatch stopt bij 4.24, een p.r. Nadien zal ik deze afstand nooit meer sneller lopen. Waarom vertel ik dit? Pas jaren later heb ik me dit gerealiseerd. Ik ben van nature een wat gespannen mens, dus ook als atleet vóór een wedstrijd. Op de dag van de wedstrijd heb ik die in gedachten al 100 maal gelopen. Dit vreet energie en dat gaat ten koste van je prestatie. De voorbereiding voor die 1500m lijkt allesbehalve ideaal (korte nachtrust), maar ik ben door die feestavond wel veel meer ontspannen dan anders. Helaas heb ik dit mechanisme van ontspanning vóór inspanning dan nog niet in de gaten, waardoor ik nog jaren (veel) te gespannen aan een wedstrijd begin. 

polsstok

 

Naast mijn innige relatie met de werpattributen wordt de polsstok ook meer mijn vriend. In 1976 sprong ik niet hoger dan 2.60m. Eind 1977 koop ik een glasfiberpolsstok (voor de kenners: een Pacer) en met gerichte training (met o.a. een heel fanatieke Emiel Rayer en later ook Henk van Bakel) gaat het dan snel hoger. In augustus 1978 spring ik tijdens een competitiewedstrijd over 3.60m, een verbetering van het clubrecord (van Hay Lammers met 3.43m) uit 1962. Het wereldrecord staat op 5.70m, maar toch voel ook ik me een beetje luchtacrobaat (ondanks mijn hoogtevrees). 

 

 

 

horden

 

Een ander 10-kamponderdeel ligt me duidelijk minder: de 110m horden. Een goede hordeloper scheert zo laag mogelijk erover, ik spring (letterlijk) veel te hoog over de 106cm hoge hindernissen (dat zijn het in mijn beleving letterlijk). Tienkampers doen op dit onderdeel vaak nauwelijks onder voor echte hordespecialisten. Jan Titulaer heeft het clubrecord gezet op 15.4. In 1978 loop ik 17.9. Een verschil van ca. 220 punten. Het zal ook in de jaren erna altijd mijn zwakste 10-kamponderdeel blijven. 

 

In juni is mijn examen voor de HEAO. Ook hiervoor ben ik erg nerveus. Ik heb veel meer gestudeerd (en minder getraind) dan vorig jaar, maar toch heb ik er niet veel vertrouwen in. Het is dan ook een pak van mijn hart als ik de uitslag krijg: geslaagd! Het voelt als een bevrijding.

 

Ineens heb ik een zee van tijd, want begin november moet ik me pas melden voor 14 maanden dienstplicht. Ik ga weer wat meer trainen, ook weer niet teveel, want ik wil uitgerust aan de wedstrijden beginnen. Ik voel dat er spanning van me af is gegleden. Dit komt mijn prestaties ten goede. In augustus word ik in Roermond 2e bij de Zuid-Nederlandse kampioenschappen 10-kamp, met een p.r. van 6067 punten, nog 117 punten verwijderd van Jan Titulaer’s clubrecord.

10-kamp is een zwaar onderdeel van de atletiek. Twee dagen lang ben je bezig met 10 onderdelen, met warmlopen, concentreren, inspanning leveren, tussendoor steeds weer wachten, weer warmlopen, enz. Na het 5e onderdeel op de 1e dag, de tot een flinke verzuring leidende 400 meter, ben je blij dat de eerste dag erop zit. Het valt dan niet mee om op de 2e dag ’s morgens, als de spieren nog vermoeid en stijf zijn, soepel over de 110m horden te gaan. Op het einde van de 2e dag heb je al je krachten aangesproken en heb je een aantal dagen nodig om weer bij te komen. Dit lijkt me (ofschoon ik er nooit een heb gelopen) enigszins vergelijkbaar met een marathon lopen. De 10-kamp is behalve fysiek ook psychisch zwaar; je moet je steeds weer opladen, ook na een teleurstellend verlopen onderdeel. Dit vereist veerkracht. 

 

Eind september 1978 is er weer een 10-kamp, weer in Roermond. Ik bel Geert Kierkels op en vraag hem of hij ook meedoet. Ik ken Geert, die lid is van AV Heijthuijsen, van eerdere 10-kampen, waarin we steeds ongeveer gelijkwaardig waren. Hij komt ook naar Roermond.

 

Geert is een veel betere hordeloper dan ik (hoe kan het anders). Ook is hij een goede hoogspringer (p.r. 2.00m). Na 2 dagen (van ’s morgens 10 uur tot ’s middags ca. 17 uur) lopen, springen en werpen wordt de balans opgemaakt (al heb je daar tussendoor ook al zicht op): luttele 7 punten scheiden hem en mij. Geert 6248 punten, ik 6255. Ik heb het clubrecord (6184 punten) van Jan Titulaer overgenomen! Geert baalt dat hij nipt heeft verloren, maar is meteen de eerste die me feliciteert. Ook mijn vader is getuige van mijn record. Jan, mijn voorganger en leermeester, is er vandaag niet bij.

 

Hieronder een vergelijking met Jan’s prestaties met zijn clubrecord (van 1970). Dit om te illustreren dat elke 10-kamper zijn sterke én zwakke nummers heeft. Tevens mijn p.r. op dat moment, dit om aan te geven dat je in een 10-kamp op onderdelen ook tegenvallende prestaties kunt hebben, die je op volgende onderdelen weer (deels) kunt goedmaken.

  100 m ver kogel hoog 400 m 110h discus polsst. speer 1500 m Totaal punten
Jan 11.0 6.51 11.20 1.70 51.9 15.6 33.45 2.80 45.78 4.56.6 6184
Henk 11.8 6.30 12.53 1.80 52.9 17.9 33.68 3.40 47.52 4.31.9 6255
Henk p.r. 11.3 6.44 13.01 1.80 52.3 17.9 37.80 3.60 47.52 4.24.5  

 

Het seizoen 1978 is voorbij. Goede prestaties van Festinaleden dit jaar zijn van Piet Vervoort (200m: 22.8), Bert Müris (10km: 32.37), Henk ten Have (marathon: 2.52.19), Carla Beurskens (5km: 16.30), Arie Verbaan (52 jaar, marathon: 2.57.10) en Wim op de Laak als ontluikend talent op de horden.

 

Ik ben (voorlopig) tevreden. Mijn doel, 6500 punten, is al een stuk dichterbij gekomen. Met mijn 6255 punten sta ik 12e op de Nederlandse ranglijst 1978. Maar hoe gaat het volgend jaar verder? Waar kom ik terecht als dienstplichtig soldaat? Kan ik daar (veel) trainen? Zijn er faciliteiten?

 

Begin november meld ik me in de Elias Beeckman kazerne in Ede, waar ik een opleiding van 2 maanden voor Verbindingen krijg. In Ede is (dan nog) geen atletiekclub, maar de Edese heide is een prachtig natuurgebied voor duurlopen. Daarover meer in een volgende blog.

Henk_Goertz_2009

 

 

Henk Goertz

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Ingezonden 4-4-2011

Terug

Orion wordt gesponsord door