Orionvenlo

Recreatieve atletiekvereniging

2003 - 2004

 

Door: Henk Goertz

 

In mijn vorige blog schreef ik dat ik na mijn 10kampperiode (1972-1981) een kort 2e atletiekleven kende (1987-1993) als langeafstandloper, waarin ik eigenlijk maar één seizoen (winter/voorjaar 1987/1988) veel wedstrijden heb gelopen.

 

Na 1993 loop ik geen wedstrijden meer, maar houd mijn conditie wel een beetje bij met duurloopjes. Eind jaren negentig heb ik, na het afstuderen als registeraccountant, weer wat meer vrije tijd. Ik begin weer wat meer te trainen. Af en toe loop ik samen met Wim op de Laak, net als ik in de jaren ‘70 en (begin) ‘80 baanatleet bij Festina. Ik voel de behoefte om niet meer zoals vroeger alleen te lopen en meld me eind 2002 aan als lid van Orion. Daar kom ik, behalve Wim, nog meer vroegere Festinamakkers tegen: de Orionoprichters Jan Titulaer, Henk van Bakel en Jac Lommen, en verder o.a. Bert Müris, Henk ten Have, Cock van Wegen. Zie de foto 1977. Ik loop bijna elke zondagmorgentraining van Orion mee in die winter.

Het loopvirus heeft me weer te pakken, en mij niet alleen. Ik verbaas me over de grote toename van het aantal lopers. Overal op straat zie je steeds meer en vaker lopers.

 

Tot 2003 liep ik wekelijks 2 á 3 maal een kort duurloopje. Vanaf begin 2003 voer ik de trainingsomvang én –intensiteit snel op. Te snel, naar later zal blijken.

 

In januari 2003 loop ik, na 10 wedstrijdloze jaren, in Nettetal een wedstrijdloop over 10km. Ook daar verbaas ik me over het groot aantal deelnemers: 659. Wat me nog meer opvalt is dat er minder hard in wedstrijden wordt gelopen dan vroeger. Dat zal wel te maken hebben met de gemiddelde leeftijd van het loperspeloton; die ligt een stuk hoger dan pak weg 10 jaar eerder. De paar “veteranen” die  vroeger meeliepen zijn verdwenen en er zijn veel “masters” voor teruggekomen. De “lopersboost” komt begin 21e eeuw goed op gang.

 

Zoals vanouds begin ik die 10km weer (veel) te snel. Uitgeput finish ik in 43.56. Snelste Orionner is Ron Vlenterie (als 43-jarige 6e in 35.01) en good-old Bert Müris finisht als 1e bij de M50. Ik krijg de smaak te pakken en loop in de volgende maanden meer wedstrijden.

 

In mei loop ik in Gelsenkirchen mijn 1e halve marathon. Onderweg zijn geen kilometerpunten aangegeven. Ik heb dan ook geen idee hoe hard ik loop. Al na ca. 5km is de man met de hamer genadeloos, maar opgeven wil ik niet. De koolzuurhoudende drank die onderweg wordt verstrekt (en die ik niet gewend ben) helpt ook niet echt mee. De laatste kilometers meer wandelend dan rennend finish ik in 1.41 uur.

 

Zoals zo velen voor mij raak ik bevangen door het marathonvirus. Ik wil een marathon lopen! Ik richt me op de marathon van Eindhoven in oktober 2003. Ik maak zelf een trainingsschema, met bijna wekelijks een (heel) lange duurloop. Behalve de gezamenlijke Oriontraining op zondagmorgen loop ik steeds alleen. Mijn conditie groeit. Begin september loop ik een duurloop over 25km. Ongemerkt maak ik toch weer, zoals zo vaak, een test van mijn training. Maar het gaat ook zo gemakkelijk. De laatste km's lijkt het geen moeite te kosten. Binnen 2 uur ben ik terug.

 

De dag van de marathon is aangebroken. Op basis van de gelopen wedstrijden en de trainingen denk ik dat ik gemakkelijk 3.30 uur moet kunnen lopen, misschien nog wel een stuk sneller. Dus ik begin voortvarend. Hé, daar loopt een “oude” man naast me. Die is toch zeker ouder dan 60?, denk ik. Dan moet ik toch sneller kunnen? Ik versnel nog wat. Het marathonparcours in Eindhoven kent 2 ronden van 21,1km. Na de eerste ronde kom ik door in 1.38. Het gaat ineens wel erg moeizaam. Ik loop nog enkele kilometers door en besluit te stoppen. Ben ik dan toch weer veel te snel begonnen? Ik ben 47 jaar; de wijsheid komt met de jaren, zegt men. Zal die bij mij dan ook ooit komen? Zal het ook met te veel spanning te maken hebben?

 

Eind oktober 2003 loop ik een halve marathon in Nettetal. Zonder al te veel verwachting vooraf loop ik, vrij ontspannen, 1.34.01. Ik neem me voor in januari 2004 weer een marathon te proberen: de midwinter marathon in Apeldoorn. Een week voor dé dag voel ik me echter erg moe. De reguliere geneeskunde (huisarts, bloedprik) geeft als oorzaak bloedarmoede (ijzertekort) aan. Nadat dit met ijzertabletten is verholpen, en ik ook maar ben gestopt als bloeddonor, blijft de vermoeidheid. Verder onderzoek door een internist levert niets op. Dan maar naar de alternatieve geneeskunde: deze constateert z.g. intoleranties voor koemelk en gist, dit door jarenlange opstapeling in het lichaam. Advies: geitenmelkproducten en zuurdesembrood. Dat dit nog niet direct tot meer fitheid leidt zal in een volgende blog blijken.

 

Ingezonden 9-2-2013

Henk_Vittel_2009 Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

Terug

Orion wordt gesponsord door